Onder het glas van een inductieplaat zitten spoelen, en het magnetische veld daarvan maakt de bodem van je pan zelf warm. Dat lukt alleen bij metaal dat een magneet aantrekt, zoals ijzer en de meeste soorten staal. Een pan hoeft daarom niet speciaal voor inductie gemaakt te zijn, zolang zijn bodem een magneet aantrekt.
In pannen kom je de volgende materialen tegen, en per materiaal verschilt wat je plaat ervan maakt.
Gietijzer, kaal of geëmailleerd, trekt in de hele pan een magneet aan en wordt op je plaat dus warm. Geef zo'n dikke pan de tijd en zet hem niet meteen op de hoogste stand. Plaatstaal, in productnamen ook "carbon staal", is eveneens in de hele pan magnetisch en wordt warm, maar niet overal even heet. Met alleen inductie is inbranden lastig: onze pannenkenner doet dat op een gaspit.
Een pan van rvs reageert vrijwel altijd op een magneet, via de buitenlaag of de bodem, en wordt warm zonder dat je hem hoeft in te branden. Ander kookgerei van rvs, zoals een fluitketel, werkt niet altijd op inductie. Emaille op staal trekt meestal wel een magneet aan, door het staal onder de emaille. Daardoor worden de meeste van die pannen warm, ook al is emaille een laagje glas.
Aluminium trekt geen magneet aan, ook niet met een keramische anti-aanbaklaag erop. Een inductiebodem is wel magnetisch: met zo'n bodem wordt de pan warm, zonder blijft hij koud. De laag erop, keramisch of niet, doet voor inductie niet mee. Koper is evenmin magnetisch en blijft koud, tenzij de maker er een magnetische laag in de bodem heeft gezet.
Aardewerk en keramiek, als materiaal van de pot zelf, reageren niet op een magneet. Zo'n pot blijft meestal koud. Een enkele pot is wel voor inductie gemaakt. Glas is ook niet magnetisch: een pan die helemaal van glas is, blijft koud.
Bij de keuze uit de materialen die op je plaat werken, weeg je daarna het verschil in gewicht en onderhoud tussen rvs, gietijzer, staal en aluminium af.